Prinses Margrietkanaal

Verdiepen vaarweg op koers
Het verdiepen van de vaarweg tussen Lemmer en Groningen is grotendeels afgerond. De bruggen bij Stroobos en Eibersburen zijn vervangen. De vervanging van de verkeersbruggen bij Zuidhorn, Aduard, Dorkwerd en Groningen (de Noordzeebrug) is in volle voorbereiding.

Prinses Margrietkanaal bijna geheel op diepte
Voor de provincie Fryslân wordt in september 2011 de 1e fase afgerond. Een mijlpaal. Het kanaalprofiel is dan geheel aangepast naar klasse Va. Dit betekent dat het vaarweg geschikt wordt voor schepen tot 3000 ton! Tot het zover is moeten er nog een paar gedeeltes in Fryslân worden aangepast nl.:
- Het gedeelte nabij Spannenburg, dit gedeelte tussen de beide meren Kûfurd en Grutte Brekken is bijna gereed;
- Het gedeelte Uitwellingerga-Kûfurd zal als laatste in september 2011 worden afgerond.

Uitgangspunten
De volgende aanpassingen zijn nodig om het Prinses Margrietkanaal te laten voldoen aan de klasse Va normen:

  • verdiepen tot klasse Va;
  • bochten aanpassen aan tweebaksduwvaart;
  • op de meren een geulbreedte variërend van 70 tot 80 m.
Definitieve oplossing

Het ontwerp van het Prinses Margrietkanaal is gebaseerd op het profiel van vrije ruimte (Richtlijnen CVB). Door toepassing van verschillende typen oeververdediging varieert de breedte op de waterlijn van 60 tot 65 m.

Geulbreedte
Op de meren wordt de geulbreedte bepaald door diverse factoren zoals lengte van de vaargeul, ligging ten opzichte van de meest heersende windrichting, versnelde aanslibbing op de meren en het medegebruik door de pleziervaart. De geulen op de meren zijn in de breedte aangepast en deze varieert in de eindsituatie van 70 tot 80 m. Voor de grotere meren is dit 80 m (Snitser Mar en Grutte Brekken). De geulbreedte van het Pikmar en Burgumer Mar is al 80 m. Hier worden de huidige geulen op diepte gebracht. Voor de kleinere meren geldt een geulbreedte van 70 m.

Waterdiepte en bochtverruiming
Door te baggeren wordt zo’ n 60 km vaarweg verbreed en verdiept. De waterdiepte bedraagt 4,90 m. Daarbij wordt rekening gehouden met toekomstige wijzigingen in het kanaalpijl, de bodemdaling en de opvang van slib.

Bij de brug Stroobos (Friese zijde) is een bochtverruiming opgenomen. Om een optimale manoeuvreerruimte te garanderen is het nodig tot 300 m voor en na de brug onder water het profiel te verbreden. Aan de zuidwest zijde van de Fonejachtbrug wordt de bocht verruimd en is sprake van een verbetering van het onderwaterprofiel.

Oeververdediging
Waar mogelijk wordt uitgegaan van een taludverdediging (steenbestorting). Dit heeft de volgende voordelen; relatief lagere investerings- en onderhoudskosten, nautische voordelen (geringere golfreflectie) en de mogelijkheid om natuurvriendelijke oevers te creëren. Taludverdediging is niet mogelijk voor alle oevers vanwege ruimtegebrek (bebouwing, wegen). Op deze plaatsen komt een verankerde stalen damwand. Waar een lichter alternatief mogelijk is, wordt een onverankerde stalen damwand onder water toegepast met daarop een steenbestorting.

Scheiding beroeps- en recreatievaart
Voor het gedeelte tussen de Grutte Brekken en de Prinses Margrietsluis is rekening gehouden met een beperkte scheiding van de beroeps- en recreatievaart. Hier bestaat geen mogelijkheid om een alternatieve route te realiseren voor de recreatievaart. Daarom wordt het kanaal extra verbreed en worden op de zuidoostzijde van de oever aanlegvoorzieningen voor de recreatievaart gerealiseerd. Door een fuikconstructie moet de recreatievaart verplicht afmeren. Zo wordt voorkomen dat recreatievaartuigen (lang) voor de sluis heen en weer blijven manoeuvreren en hinderlijk zijn voor de beroepsvaart.

Flora en Fauna
In opdracht van de provincie Fryslân zijn de consequenties voor flora en fauna nader onderzocht. Hierbij is vooral getoetst aan de vogel- en habitatrichtlijn en de (nieuwe) Flora en Faunawet. Conclusies: Het Prinses Margrietkanaal en de bijbehorende oevers bevatten weinig leefgebied dat geschikt is voor bedreigde soorten. Vleermuizen vormen hierop een uitzondering, maar omdat de ingrepen geen effect zullen hebben op deze dieren stuit dit niet op bezwaren in het kader van de Habitatrichtlijn.
De rustplaatsen van de watervogels liggen op afstand van het kanaal en dus zal de voorgenomen verruiming geen effecten op deze vogelpopulaties hebben. De vervanging van oeververdediging heeft wel gevolgen voor vele, algemene, planten en de rust- en verblijfplaatsen van een groot aantal algemene zoogdieren en vogels. Maar de ingreep kan vanuit ecologisch perspectief juist als positief worden beschouwd, omdat de steile beschoeiing deels wordt vervangen door een natuurvriendelijker oevertype van steenbestorting. Op één specifieke locatie is de aanwezigheid van Noordse woelmuizen geconstateerd. Voor de aanwezige populatie wordt een alternatief leefgebied gerealiseerd zodat de geplande verruiming doorgang kan vinden.

De Planning
De verruiming van het kanaal wordt in trajecten uitgevoerd, waarbij per traject één of meerdere bestekken worden gemaakt.

2002-2004;   gedeelte Stroobos - Fonejacht;

2006;            gedeelte Fonejacht - Krúswetters, gedeelte Spannenburg-Grutte Brekken;

2007;            gedeelte Terherne - Uitwelliingerga, gedeelte Krúswetters - Grou

2008 - 2011; gedeelte Grou - Lemmer.

Omvang van de werkzaamheden
Op grond van de huidige gegevens over het kanaalprofiel en de oeververdediging zijn de volgende hoeveelheden voor grondwerk en oeverwerken geraamd:

  • Grond in depot brengen, bestaand en nieuw depot 3.133.000 m.
  • Stalen damwand 4.920 m1.
  • Damwand met steenrug 7.100 m1.
  • Steenbestorting 24.300 m1.

De totaalkosten van deze werkzaamheden worden geraamd op € 35 mln. (prijspeil 2006).